In dit hoofdstuk kunnen we lezen over het leven van Riekele Prins met veel wetenswaardigheden. Het is ingedeeld in de diverse periodes en geeft vrij goed in chronologische volgorde weer hoe het leven van Riekele is verlopen. Deze informatie is in de jaren 70 verteld door diverse mensen die Riekele Prins persoonlijk hebben gekend en vaak door meerdere mensen bevestigd. Ook veel info is van familieleden van Riekele ontvangen. Er zijn echter nog onduidelijkheden en mocht u nog info kunnen toevoegen of onjuistheden opmerken, neem dan contact op met de adminstrator van deze site.

Riekele Prins als (school)kind van 1905-1919

  • Op 27 april 1905 werd Riekele Prins geboren in het friese dorp Kollumerzwaag.
  • De ouders van Riekele Sytze Sjoerds Prins en Jantje van Nimwegen verhuisden met Riekele, die slecht 3 week oud was, van Kollumerzwaag naar de fabriekswoning achter de vlasfabriek van Aalfs in Bedum. Zijn vader werd daar bedrijfsleider/voorman in dienst van Aalfs. Voor de verhuizing werkten zijn ouders al als seizoenarbeiders bij deze vlasfabrief. Het gezin ging met de trein met hun kinderen naar Bedum en een oom en tante namen hun inboedel mee op een hondekar.
  • Riekele is genoemd naar zijn oom Riekele van Nimwegen en was een broer van zijn moeder. ( zie hoofdstuk “aparte werken”)
  • Riekele ging naar de openbare lagere school aan de Kampstraat waar hij ca 7 of 8 jaar verbleef. Riekele was een goede leerling met uitblinkende kwaliteiten in tekenen.
  • Als schoolkinderen zaten ze in de winter op school vaak rond de potkachel, waar ze zich warmden en elkaar hun verhalen vertelden. Riekele hanteerde hierbij soms de pook en liet weten dat hij later smid wilde worden.
  • Er was in die tijd veel kindersterfte en in zijn jonge leven maakte Riekele dan ook mee dat tussen zijn 6e en 9e levensjaar 5 broertjes en zusjes stierven.
  • Riekele was bevriend met Jans Goossen zijn neef en trok daar veel mee op.
  • In 1916 is Jantje, de oudere zuster van Riekele, getrouwd met de Belgische vluchteling Gustaaf Hugelier. Na de Eerste Wereldoorlog zijn ze verhuisd naar Bavikhove in België. Riekele is daar later meerdere keren geweest.
  • In begin 1919 toen Riekele en zijn zus Pietje de “bof” hadden en ziek thuis waren ging Riekele een katuil natekenen uit het boek “Tommy Snit” en deed dat zo uitmuntend dat dit voorval als het begin kan worden beschouwd van zijn tekencarrière. Riekele was toen ca 14 jaar. (info van zuster Pietje)

Riekelele Prins in zijn werkzame leven bij de vlasfabrieke Aalfs van 1919- 1931

  • Zie voor meer bijzonderheden over deze periode ook het hoofdstuk “de vlasfabriek van Aalfs”
  • In mei 1919 verliet Riekele de lagere school. Het eerste baantje wat Riekele kreeg was bij de zuivelfabriek in Bedum als scheepsjager. Hij moest de boot met melkbussen trekken van Middelstum naar Bedum. Dit heeft zeer kort geduurd.
  • Kort daarop zorgde zijn vader Sytze dat Riekele een baantje kreeg bij de vlasfabriek Aalfs als stoker bij de stoomketel in het ketelhuis. Naast dit werk heeft hij onder het werk door veel van zijn fabrieksomgeving getekend en was het ketelhuis soms een ware expositie. Het ketelhuis was tevens het schaftlokaal voor het personeel.
  • Op 5 april 1924 is er een publlieke verkoping van sloophout in Garnwerd waar Bedumer deurwaarder Pettinga veiling houdt. Riekele kwam daar ook kijken en wordt door Pettinga denigrerend aangesproken met:”Wat dust doe hier Riekele”. Riekele was verbrand en het is nooit weer goed gekomen tussen Pettinga en Riekele. Zie ook onder hoofdstuk “Anecdotes”. Riekele kon sommige mensen niet uitstaan w.o Derk Nieboer, Aalfs en deurwaarder Pettinga. Later toen Pettinga eens een werk van Riekele had willen kopen, had Riekele gezegd: “Al had ik geen dubbeltje meer, je krijgt er geen van me”
  • In 1926 kreeg Riekele een fototoestel met glasplaten van Jan Mensema. Daar is hij ook zeer bekwaam mee geworden.
  • Aan het eind van de jaren 20 kreeg Riekele zijn eerste tekenlessen van zijn vriend Ties Alllersma. Ties studeerde in Amsterdam voor de acte M.O. tekenen. In de vacanties van Ties werden de geleeerde technieken door Ties aan Riekele overgebracht.
  • Riekele zong eerst bij de zangvereniging B.G.K maar kon het wegens vals zingen van enkele leden niet meer uithouden en sloot zich vervolgens aan bij de arbeiderszangverening “Tot Ons Genoegen Opgericht” (TOGO). Ook is Riekele nog lid geweest van het “Bedumer Gemengd Koor”
  • In 1930 was er bij de zangverening TOGO een verloting met als prijs en tekening van Riekele van de stompetoren met op de voorgrond het huisje van Balkema. De zuster van Lodewijk Bodde trok het winnende lot.
  • Toen de vlasfabriek in 1931 failliet ging en de poorten sloot was Riekele op dat moment werkeloos en kreeg toen in de opvolgende jaren diverse baanjes.
  • Riekele Prins in de jaren na de periode Aalfs met diverse werkzaamheden 1931-1935
  • Riekele werkte veelal met zijn vader Sytze en Klaas Martini bij boeren waar ze werk aannamen. Ook heeft Riekele bij boer Veldman bij Hekkum “aan de vork” gestaan, wat inhield het opsteken van het koren. Soms bleef Riekele zo maar een dag weg. “Hij is aan het tekenen” werd er dan gezegd…….
  • Verder heeft Riekele in 1933/34 bij de gemeentelijke wegenonderhoud gewerkt bij de zg. teerploeg.
  • Ook heeft Riekele bij de fietsenfabriek Veeno gewerkt en deed daar de “nauwkeurige werkzaamheden” als het opschilderen van letters op bakfietsen en het aanbrengen van lijnen op fietsvelgen. Hier werkten ook zijn kunstvrienden Jakob Kauw en Johan Sterenburg. Het was op de velgenafdeling soms een complete kunstexpositie van tekeningen van deze drie vrienden. De Directeur van Veeno de heer P. van der Veen heeft Riekele in 1932 opdracht gegeven om een schilderij te maken van de 3 torens van Bedum. Van der Veen bepaalde zelf de prijs van f 80.- want hij zei tegen Riekele: “Doe durft ja toch niks te vroagen!” Riekele was zelf niet tevreden over de kwaliteit van het werk.
  • Hoewel Riekele geen noot kon lezen was is hij zeer muzikaal en bespeelde zeer goed diverse muziekinstrumenten. In 1933 koopt Riekele een Cello. Hiermee speelde hij later ook bij het Groninger Orkest (met dirigent Will van Dijk) . Verder was hij lid van de muziekvereniing Concordia waar hij de tuba bespeelde. Op huiskamer nivo nog viool, mandoline en piano. Ook gaf hij aan diverse dorpsgenoten muziekles w.o. Job Vemeulen viool, Klaas Martini orgelles, Piet de Boer mandoline. Beethoven was zijn favoriete componist.
  • Er werd ook door hem gemusiceerd veelal bij de fam van der Laan aan de Schultingastraat (voor 1935 op de Kamp) met Arjen Miedema, zijn oom Harm van der Laan (getrouwd met de zus van zijn moeder), Mevrouw Haakman piano, Job Vermeulen viool e.a. Hierbij werd ook gezongen.
  • Hoewel Riekele zeer bekwaam was is het tekenen werd dit door zijn ouders niet gestimuleerd. Maar gelukkig was het wel opgevallen bij de vader van Ties Allersma een vriend van Riekele. Deze was niet onbemiddeld en zodoende bekostigde de heer Allersma, die een goede baan had bij de zuivelfabriek, een avondopleiding voor Riekele in Groningen bij Jan Derksen Staats aan het Martinikerkhof. Dit vond plaats is de jaren 1931-34 en kostte f 2.50 per uur.
  • Riekele kreeg in 1933 een opdracht van Hoofdmeester Miedema van de geref. school aan de Schoolstraat t.b.v. een 75 jarig jubileum op 10 mei 1933 om een schilderij te maken. Omdat dit ongeveer samenviel met de geboorte van Willem van Oranje 400 jaar geleden op 24 april 1533, werd voor dit thema gekozen. Riekele was zelf niet tevreden over het resultaat en wilde het daarom niet siigneren. Het schilderij met een gigantische afmeting van 2 x 3 m heeft daarna nog jaren in de hal van de school gehangen. Vanwege de velle ogen van Willem van Oranje hebben veel kinderen van het schilderij een lichte trauma van overgehouden. Om die reden is het schilderij later naar de zolder verhuisd waar het op dit moment nog steeds staat!
  • Riekele ging op de fiets met Job van der Laan naar Drenthe om daar werken te maken (schaapskooien enz) Ook ging hij hier eens heen met Kauw en Sterenberg. Sterenberg werd later directeur van Academie Minerva.
  • In 1934 richtte Jan Derksen Staats de kunstkring ” De Regenboog”op waar Riekele en zijn vrind Herman van Wissen zich bij aansloten. De Duitsers hebben de kunstkring ontbonden in 1942. “De Regenboog” had een eigen gebouw aan de St. Jansstraat 11a in Groningen waar de kunstenaars samenkwamen en konden exposeren.
  • In 1934 krijgt Riekele van de gemeente Bedum een opdracht om het gemeentehuis te tekenen. Deze tekening werd door de gemeente geschonken als jubileum cadeau aan raadslid Lijfering. In 1969 kocht burgemeeste Lindeboom de tekening weer terug op een boeldag, waarna het weer in het bezit van de gemeente kwam en nu nog steeds is.
  • Riekele is in 1934 op de fiets naar Bavikhove in België naar zijn zuster Jantje gegaan. In de latere jaren reed hij nog 2 keer met vlasrijders mee die op België reden. Op die reizen werden ook de werken van Brugge en Ukkel gemaakt.
  • In de 4e week van aug.1934 gaat Riekele naar Derksen Staats op Ameland voor een tekensessie. Deze had daar een zomerhuisje en Riekele kampeerde hierbij. Tijdens dit bezoek maakt Riekele 50 tekeningen van Ameland
  • In 1935 bezocht Riekele Orvelte en maakte diverse werken van deze omgeving
  • Riekele Prins als zelfstandig fotograaf en kustenaar van 1935-1940
  • In 1935 was de tijd rijp dat Riekele zich vestigde aan de Noorwolderweg nr 96 als zelfstandig kunstenaar/fotograaf in een atelier welke bestond uit een gehuurde slaapkamer van een neef van hem Jelle van Nimwegen (zoon van Pietje Prins en Taeke van Nimwegen) en Fenna van de Berg die daar woonden. Veelal moest hij van het fotovak zien rond te komen. Hij maakte ook borden met ingeplakte foto’s die hij aan de deuren verkocht voor 1 gulden of f 1.25. Van het bord met ingeplakt kind (zijn neefje) zijn meer dan 100 verkocht.
  • In1936 adviseerde tekenmeester Bert Robbe Jakob Kauw en Johannes Sterenberg tekenles te nemen van Riekele. Dit moest 1 gulden per uur kosten.
  • Maar al doende werd het fotovak steeds meer ingewiseld voor het teken-/schildersvak.
  • Riekele betrok papier van Sweis Ubels aan de Grotestraat, inkt van B.Haan en zink voor de etsplaten van koperslager Bodewus. Verder maakte hij voor het etsen kraspennen van kleppen uit automotoren die hij kreeg van garage Bouman aan de Stationsweg. Hieraan sleep hij punten met een ammarilsteen.
  • Riekele is rond 1936 gaan etsen waar hij zeer bekwaam in werd. Ook hier was het weer Ties Allersma die hem de eerste technieken van het etsen bij bracht. De etspers is gemaakt door Sietze van Nimwegen, die technisch zeer begaafd was en werkte bij de machinefabriek “De Volharding”
  • Tijdens de feestweek “Floralia” had Riekele altijd een verkoopstand met werken. Ook was er in 1933 een tekenwedstrijd waaraan Riekele meedeed. Echter Thies Allersma ging er met de eerste prijs vandoor en Riekele kreeg de tweede. Riekele was daar zeer ontstemd over. Echter algemeen werd beoordeeld dat vanwege het feit dat de fam. Allersma veel aanzien had in het dorp de prijstoekenning wat gekleurd was….
  • Riekele fietste eind jaren 30 regelmatig naar Leeuwarden waar mevr J.Buis- van Nimwegen een nicht van hem woonde en sprak graag met haar. Hij stuurde haar regelmatig een brief en is ook met haar op stap geweest.(zou vgl. Paula met haar “geflirt” hebben). Mevrouw Buis woonde later in de jaren 70 met haar zuster in Appelscha. Een dochter Saskia Buis heeft later tijdens haar studie Sociologie een scriptie gemaakt over leven van Riekele.
  • Riekele heeft eens met een nichtje gescharreld en wel Lies van der Veen de dochter van Baike Prins. Ook heeft Riekele eens verkering gehad met het dienstmeisje van lanbouwer Jacob Zijl. Riekele maakte eens een tekening bij de boerderij op een witte muur met waterverf tot ongenoegen van de fam. Zijl. Het meidje moest het er weer afhalen
  • In 1939 wordt hij lid van “De Grafische” een vereniging ter bevordering van de grafische kunst in Amsterdam. Vanuit deze vereninging exposeert Riekele ook in Amsterdam.
  • In de winter 1939-1940 exposeert Riekele met andere kunstenaars op de tentoonstelling ” Onze kunst van heden” in het Rijksmuseum te Amsterdam. Hij zond hierbij 4 etsen in. Het Rijksprentenkabinet kocht hiervan toen 3 etsen w.o. het IJ in Amsterdam. in de latere jaren koopt dit Prentenkabinet vaker werken van hem. O.a. “Kerkje Fransum”, “Hofje in Vlaanderen” en “Oude huizen in Brugge”. Ook wordt Riekele uitgenodigd om met 2 etsen te exposeren in Brussel op de tentoonstelling van “Hollandse Kunst”
  • In de winter 1939-1940 bezoekt Riekele de Betuwe waar hij een aantal wintergezichten maakt.

Riekele Prins als zelsdstandig kunstenaar wonende in de boot “De Adriaan” in de oorlogsperiode van 1940-1945

  • Eind 1940 besloot Riekele de ouderlijke woning te verlaten en op zich zelf te gaan wonen. Riekele mocht hierbij de boot genaamd de “Adriaan” van zijn vriend Herman van Wissen permanent gebruiken en ging hier dus in wonen. Voor dit gebruik heeft Riekele éénmalig een bedrag van 600 gulden aan Herman van Wissen betaald. De naam van de boot “de Adriaan” is genoemd naar de zoon van Herman van Wissen die ook Adriaan heette (geboren in 1940). Voor meer byzonderheden over deze periode zie ook het hoofstuk “de boot de Adriaan”
  • 7 juli 1942 kreeg  Riekele kennis aan een Amsterdamse ambtenaresse Paula Niezen (Paulina Henriette Eliabeth) in het Drentse dorpje Lieveren. Paula was  geboren uit het eerste huwelijk van haar vader die totaal 3 x getrouwd is geweest en had totaal 8 of 9 kinderen. Mogelijk had Paula een oost Europese moerder. De vriend van Riekele Eppo Westerhof en zijn vrouw Fennie Westerhof-Niezen hadden als gezin in Lieveren een vacantiehuisje “De Tip” gehuurd. Zij nodigden Riekele en een nichtje van Fennie t.w. Paula Niezen samen uit voor een dagje op bezoek. Uit deze koppelingspoging is de romance ontstaan tussen Riekele en Paula. Ze trouwden op 15 sept 1942 in Appingedam. De vader van Paula woonde in Appingedam en was daar kleermaker. Paula en Riekele gingen afzonderlijk het gemeentehuis hiervoor binnen! Paula werd in de periode voor hun huwelijk ca. 6 week ondergebracht bij de familie Haakman. Als waardering hiervoor kreeg de familie een tekening met korenschoven. Riekele had weinig gevoel voor kleding en gelukkig bracht Paula daar wat systeem in.
  • In 1943 zijn er een aantal werken van de omgeving van Lieveren gemaakt en dat had te maken met het feit dat Riekele Paula voor het eerst in Lieveren ontmoette waar ze waarschijnlijk in de buurt woonde of werkte.
  • Zijn aangetrouwde neef Koos Niezen begon in 1942 een kunsthandel aan de A-Kerkhof 7 en verkocht daar ook de werken van Riekele en wel ca 2 in de week. Ook had Koos eens ruzie met Riekele over de buitenlandse werken die niet waren te verkopen. Riekele begreep dat niet. Ook is Riekele eens bij Koos Niezen ondergedoken en wel aan de Nieuwe Ebbingestraat boven “Wedema verf”. Hierheen was Koos vlak voor de bevrijding naar verhuisd.
  • Voordat Koos Niezen de werken van Riekele verkocht had Gazendam de alleenverkoop hiervan. Op een gegeven moment is Riekele weg gebleven en bleek de verkoop vanaf 1942 door Koos Niezen was overgenomen toen hij met Paula Niezen trouwde. Gazendam vond het zeer ongepast dat het zo zonder enige informatie is gegaan. Bij de samenwerking met Riekele stelde Gazendam de prijzen vast want Riekele was verlegen en durfde geen bedragen te noemen.
  • Mevrouw Haakman was een speciale vriendin van Riekele waar hij een byzondere band mee had. Hij musiceerde met haar en besprak ook met haar tal van problemen. Ze was eigenlijk van oorsprong een schoolvriendin van Riekele en ze had 2 jaar bij hem in de klas gezeten. Jan Haakman had de boot van Riekele vertimmerd. Riekele was een erge koffiedrinker en heeft vele potten koffie bij de Haakmannen leeggedronken. Als huwelijkscadeau kregen Riekele een Paula een pak koffiebonen van deze vrienden.
  • In deze periode begon Riekele steeds meer naam te krijgen en veel Bedumers hebben dan ook een werk van hem op de boot gekocht. Deze werken werden ook veelal als cadeau gegeven bij huwelijken en jubilea, want verder was er in de oorlog weinig te krijgen. Ook Gazendam uit Groningen kwam eens op de boot om werk van Riekele te kopen en vertelde dat er veel vraag was naar zijn werk. Deze kreeg toen de alleenverkoop van werken van Riekele in Groningen.
  • Riekele gebruikte zijn werken ook vaak als ruilopject voor b.v. tabak, sokken en dassen van manufacturier Louwe van Dijken , werkzaamheden enz.
  • In de oorlog was het moeilijk voor Riekele om aan zinkpaten te komen en dus werden alle stukken benut ook de afvalstukken. Vandaar dat er etsen zijn die erg smal en klein zijn. (zie b.v.de ets van Hindelopen)
  • Ook heeft Riekele kennis gekregen aan de heer Herman van Teerns, die veel werken van hem doorverkocht en verzamelaars van het kunnen van Riekele op de hoogte bracht w.o. de scheepswerf eigenaar Van Diepen. Uit deze samenwerking ontstond een vriendenrelatie en Riekele heeft veel aan Herman van Teerns te danken, want zelf was Riekele a-commercieel. Hij liet vaak de prijs van een werk over aan de koper.
  • Het Belgische prentenkabinet heeft ook 2 etsen van Riekele aangeschaft.
  • Riekele is ook meerdere keren ondergedoken geweest om zich zodoende aan de verplichte terwerkstellingen van de O.T te ontrekken. Hij was dan b.v. bij de fam. van der Laan, de gebroeders Cleveringa in Leens of bij de eendenkooi in de Westpolder. Ook verstopte hij zich een keer met Arjen Miedema in zijn schip. Bij een cotrole van een Duitse militair heeft Paula de man uitgekafferd in het duits en daarna vertrok deze vervolgens. Dokter Goedhard heeft Riekele en Arjen Miedema eens “ziek” verklaard om onder deze tewerkstellingen uit te komen. Wel heeft Riekele in Delfzijl voor de O.T. moeten werken. Hij ging er met de trein heen samen met Scholtens (deed in verzekeringen), Dr.Vierdag e.a. Vlak voor Appingedam werd er aan de noodrem getrokken waarop Scholtens droog opmerkte:” Och heden, traain het ‘n lekke baand. Ook dat nog.”
  • De boot “De Adriaan” is in 1944 gevorderd door de Duitsers en spoorloos verdwenen. De boot zou ingezet worden als woongelegenheid voor Duitsers in Hamburg die vanwege bombardementen dakloos waren geworden. Echter onderzoek heeft uitgewezen dan “de Adriaan” Delfzijl nooit heeft gepasseerd. Riekele en Paula vonden onderdak bij de familie van der Laan aan de Schultingastraat waar de etspers in de schuur werd opgesteld.
  • Arjen Miedema zorgde eens voor een kalf. Deze werd met een fiets op “Cusion” banden (zonder lucht er in) uit Onderdendam gehaald en in de keuken van “van der Laan” verwerkt tot gehakt en verdeeld onder Riekele, Arjen en de fam. van der Laan.

Riekele Prins in de periode na de oorlog wonende in Groningen van 1945-1953

  • Nadat Riekele en Paula een half jaar bij de familie van der Laan aan de Schultingastraat hadden gewoond verhuisden ze eerst naar de Helperoostsingel 18 bij schilder Noorman en in 1948 naar de Samarangstraat 1a
  • In 1945 ging Riekele met de kledingfabrikant Siep Janssen naar Thorn waarvan hij ook een paar werken heeft gemaakt.
  • In 1946 maakte hij de werken van De Leijen en van het Bergumermeer. Ook Gaasterland werd bezocht.
  • In jan 1947 hebben een aantal voormalige “Regenboog schilders” zich opnieuw verenigd en hebben de kunstkring “De Noorderkring” opgericht. Dit waren naast Riekele Prins  J. ten Have, Herman van Wissen , Joh. Bolling, Evert Musch, Mevr. T. Musch-Jager, K. van Dijk en T. E. Allersma. Deze kring heeft weinig naam gemaakt en in 1950 sloten zich een aantal van hen aan bij de kunstkring “De Groninger Ploeg”. Noorderkring NvhN 6 jan 1947
  • In 1947 trokken Riekele en Paula met de Solex brommers door Nederland o.a. Bolsward, stavoren, Gaasteland en ook de grote rivieren wordeen bezocht. Ze zijn dat jaar ook naar Bavikhove in Belgie gereden waar zuster Jantje woonde. Tijdens deze reizen werden vele werken gemaakt van o.a Ukkel en Harelbeke.
  • 1947 brengt Reineking van de Groninger Bakkers Vereniging in opdracht van zijn baas Riekele met zijn auto naar Giethoorn waar hij enige werken van maakt. Ook werd in dat jaar Zeeland bezocht en werken van Veere gemaakt
  • In 1948 overleed Jantje van Nimwegen de moeder van Riekele.
  • In 1948 bezochten Riekele en Paula ook Schiermonnikoog en van dit eiland is alleeen een duinlandschap bekend.
  • Riekele en Paula zijn in de zomer van 1949 samen met de van Teerns op vacantie geweest in een zomerhuisje in de kop van Overijsel bij Giethoorn.
  • In 1950 bezocht Riekele Terschelling en daar zijn ook een aantal werken van bekend. Hij werd door Sjoerd van Nimwegen hierop attent gemaakt. De eerste vrouw van Sjoerd Prins kwam van dit eiland. In dat jaar werden ook werken van Hoorn en Enkhuizen gemaakt.
  • Ook werd in 1950 Frankrijk bezocht met de lacaties Dieppe in Normandië, Montreuil bij Parijs en Saint Wandrille waar Riekele diverse werken van maakte. Bij Normandië zijn ze nog met een plaatselijke visser de zee opgetrokken. Verder zijn in dat jaar werken van Enkhuizen en Hoorn gemaakt.
  • Eind 1950 sloot Riekele samen met een aantal andere Regenboog-leden zich aan bij de kunstvereniging “De Ploeg”, nadat zij rond de kerst van 1950 als introducé’s hadden geëxposeerd op een Ploeg-tentoonstelling.
  • In 1950 kreeg Riekele opdracht van de werfeigenaar van Diepen om een aantal werken te maken van de Scheepswerf in Waterhuizen en een kastanjeboom voor het kantoor van de werf. (zie ook hoofdstuk: Van Diepen).
  • Paula en Riekele hebben in april 1951 ook een week doorgebracht in Heemstede van waaruit o.a. de Spaarne werd bezocht. Hiervan zijn  meerdere werken gevonden. Van hieruit werd ook de rivier de Lek bezocht.
  • In 1951 kreeg Riekele van J.B. Wolters de opdracht 7 schoolplaten te maken in komende jaren erna. Hoewel hij de opdracht met tegenzin aannam werd het toch aangenomen, want er moest immers brood op de plank komen. Met veel hangen en wurgen heeft hij de opdracht uitgevoerd en vooral de plaat van de Bloembollenteelt heeft erg lang geduurd. Jakob Clevering moest hem naar dit gebied sleuren om de opdracht af te ronden.
  • Met zijn vriend Jan Altink trok hij nog eind 1951 door België, waar plaatsen als Brugge en Ukkel (bij Brussel) werden bezocht. Hiervan zijn ook een aantal werken bekend. In Ukkel bezochten ze tevens medekunstenaar en kunstschilder Jim Frater. Deze was een Baarnse kunstschilder.
  • Ook kreeg Riekele van de heer Schut van de papierfabriek N.V. Schut Eerbeek een opdracht voor het maken van een verjaardagskalender. Hiervoor werden 4 etsen gemaakt van de omgeving van Eerbeek. De heer Schut was getrouwd met en dochter van Aalfs de eigenaar van de vlasfabriek in Bedum.
  • Met de familie Nap-Prins gingen ze in 1952 naar Zwitserland waarvan ook een aantal werken bekend zijn.
  • Aan het einde van zijn leven kreeg Riekele openlijke erkenning voor zijn werk. Hij kreeg uit handen van directeur Vorenkamp van het Groninger Museum op 16 feb 1952 de “Culturele Prijs van Groningen” toegekend. De sfeer tijdens deze plechtigheid was zeer ontspannen en ook Sien Jensema en Jan Boer waren hierbij. Het gesprek werd gewoon in het Gronings gehouden. Jan Boer merkte met wat humor op dat vele doeken van Riekele bewaard zijn gebleven en niet te min zijn eerste doeken zijn echter verloren gegaan. (doelende op zijn luiers). Tijdens deze plechtigheid wist Riekele, geheel de kluts kwijt, niet goed wat ie moest zeggen en zei toen “Bin mien kop kwiet” en vulde dat aan met een anekdote van de oude “van der Berg” Deze lag in het Academisch Ziekenhuis en was daar verdwaald en liep zoekende een vrouwenafdeling op. Toen de professor zei: “Wat moet u hier, zei van der Berg ook “Bin mien kop kwiet” Riekele was erg goed in het vertellen van anecdotes.
  • N.a.v. van het verkrijgen van den “Culturele Prijs Groningen” is Riekele een rondvlucht over de provincie Groningen aangeboden door het Nieuwsblad van het Noorden. Van enkele impressies heeft Riekele “vergezicht etsen” gemaakt. Ook zag hij in de lucht het terpje Niehove liggen en heeft deze terp nog in de opdracht schoolplaten voor Wollters verwerkt.
  • Voor het jaar 1953 gaf het Nieuwsblad van het Noorden voor haar abonnees een kalender uit met 4 etsen van Riekele er op. (zie hoofdstuk kalenders).
  • Riekele was een erge roker. Ook begon hij veel bier te drinken. Echter deze levenswijze is hem noodlottig geworden en werd hij in de laatste maanden van 1953 ziek en stierf op 14 mei 1954 op 49 jarige leeftijd aan de aandoening longkanker.
  • Tijdens de begrafenis van Riekele op de begraafplaats in Bedum waren weinig Bedumers en veel vrienden. Zijn vrienden hebben de begrafenis verzorgd terwijl Haakman op verzoek van Paula het grafwerk heeft verzorgd.
  • Riekele had voor zijn sterven opdracht gegeven om alle etsplaten te vernietigen zodat deze niet meer gebruikt kunnen worden. Toch zijn er nog een paar overgebleven en zie de foto’s elders in hoofdstukken vermeld.
  • De verhouding Paula met haar schoonfamilie was matig te noemen. Zo beschouwde mem de moeder van Riekele haar als degene die haar haar zoon had ontfutseld. Paula echter meed veelal familie evenementen. Hongaren en Friezen zijn natuurlijk heel verschillend………
  • Riekele was kleurenblind en bij schilderijen waar kleur in verwerkt moest worden adviseerde Paula vaak het kleurgebruik. Zeer waarschijnlijk is dat de reden waarom er zo weinig olieverf schilderijen van Riekele zijn en dat hij zich daarom bekwaamde in het maken van tekeningen en etsen. Vaak waren de schilderijen in opdracht vervaardigd of winter landschappen met veel sneeuw.

De laatste periode voor zijn dood

  • Door de levenswijze van Riekele in de laatste jaren voor zijn dood is het snel bergafwaarts gegaan met hem. Hij rookte (2 pakjes per dag) en dronk veel bier. Kortom Riekele heeft zijn lot zelf over zich afgeroepen helaas…….. en was eigenlijk aan lager wal geraakt. En dat juist op het moment dat zijn persoon behoorlijk naam begon te krijgen. Opdracht Wolters, Culturele Prijs enz.
  • Door diverse mensen als Koos Niezen en ook zijn vrouw Paula werd verteld dat Riekele rond 1952/53 kennis kreeg aan een andere vrouw. Hij heeft met haar “gemusiceerd” en zelfs, toen hij veel drank op had met haar een nacht geslapen. Deze vrouw was waarschijnlijk een medelid van het Groninger Orkest. Volgens Paula zijn vrouw is dit ook mede als reden genoemd voor het slechte leefgedrag van de laatste jaren voor zijn dood……..
  • Na de dood van Riekele Prins na 1953
  • De etspers is naar een zuster van Paula gegaan, die in Limburg woonde.
  • De cello van Riekele is 12 jaar niet bespeeld geweest en stond dus werkeloos bij Paula in huis. Toen ze het verhaal hoorde van en kunstenaar die zijn cello had geschonken aan een cellist die zijn cello in de oorlog kwijt was geraakt, heeft ze de cello van Riekele in 1964 hem geschonken. Toen ze de kunstenaar erop hoorde spelen was het net of ze Riekele nog weer hoorde spelen.
  • De relatie met Ruurd Clevering en zijn vrouw was byzonder te noemen en Paula beschouwde hen als hun pleegouders.
  • Uitspraak van Jantje (zuster van Riekele) te Bavikhove: Riekele was eigenlijk een wonderlijke signeur.
  • De vader van Riekele Sytze Sjoerds Prins overleed op 11 april 1956.
  • Omdat er nog vele werken na zijn dood in het bezit waren van Paula, werden deze door haar veelal alsnog verkocht. Ze werd daar in geadviseerd door Herman van Teerns. Ook werd er een atelierstempel en een signatuurstempel ontwikkeld, waarmee nog niet gesigneerde werken alsnog werden gesigneerd/gestempeld. Hoewel van goede bedoelingen werd de behulpzame aandacht van Herman uiteindelijk niet meer op prijs gesteld en nam Paula zelf verder de verkoop ter hand.
  • Herman van Teerns had een grote verzameling werken van Riekele en deze werden door hem voorzien van een stempel “HvT” met een cirkel er om. Dit als een soort eigendomsbewijs.
  • Gazendam: Als Riekele wat brutaler was geweest en wat commercieler zou hij een vermogend man kunnen zijn geweest.
  • Siert Zijl: Als Paula er niet was geweest was hij al veel eerder overleden.
  • Koos Niezen: De bekendheid en succes heeft hem geen goed gedaan. Hij begon zich wat te verbeelden. En kennelijk kon hij daar niet goed mee om gaan.
  • Een dochter van mevr J.Buis- van Nimwegen ( een nicht van Riekele) Saskia Buis heeft in 1966 tijdens haar studie Sociologie een scriptie gemaakt over lhet leven van Riekele.
  • In de begin jaren 70 zijn er nog pogingen ondernomen om een boek over Riekele uit te geven maar het is op basis van de kosten er uiteindelijk niet van gekomen. Hierbij waren Drukkerij Niemeyer, van Dis, Aalfs en anderen betrokken. Later in 1982 is er wel een boek over Riekele veschenen en geschreven door de verzamelaar en bewonderaar van Riekele Lykele Jansma. (zie ook het hoofdstuk hierover)
  • Na zijn dood zijn er nog tal van exposities gehouden met de werken van Riekele Prins en zie hiervoor het hoofdstuk “expositie documenten.”
  • In Groningen (Hoogkerk), Bedum en Ten Boer zijn straten naar Riekele Prins genoemd.
  • Paula Niezen overlijdt op 31 aug. 1983 in Dilgtoord te Haren en werd 85 jaa oud.
  • Het totale Oeuvre va Riekele wordt geschat op een ca 800 werken, waarvan op deze site is daarvan ca 600 in beeld gebracht. Maar het zouden er best meer geweest kunnen zijn!! De verhouding schilderijen , tekeningen en etsen (voorstellingen en niet de afdrukken) is ongeveer 1 : 3 : 8 . Je kunt dan ook stellen dan Riekele Prins meer een graficus/etser is geweest dan een tekenaar/schilder. Vooral in de periode na 1936 tot aan zijn dood.